Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 85 :)
■zelve getrokken van den tijd , waar in het ii b&»
woonde? Gewichtige vraag! Wie beantwoordt
ook deze? En, ach! het ogenblik, waar op die
onftolFelijke geest haare woning verliet, heeft, daar
zij U van alle betrekkingen op deze aarde los-
maakte, die vraag voor altijd beflist, Maar voor
mij. Aardbewoner, voor mij, voor wien deze
betrekkingen nog beflaan, wien zij zulke gewich-
tige plichten opleggen, vóór mij hangt nog van
de wijze,' wa^r op ik omtrent dezel/e verkeere ,
de beflisfing van dit groote vraagftiik af. Wel nu
dan, gij ftomme, maar veelfprekende leeraar der
waarheid! dat uw aanblik mij dikmaah herinnere,
wat-mij te wachten (laat; mij wijsheid predike,
op dat ik telkens in mijn gedrag voor oogen bou-
de de Randsverwisfeling, met U reeds voorge^
vailen, maar die mij nog topft;
En dat mijn Ziel, gefchikt voor hoger orden, A
Niet zwichten mag, hoe 't zingenot oük vleit, •
Rïijn Ziel gefchikt om Engel eens tc worden.
Mijn Ziel, die leeft, fchoon zc ook van *i ligchaam fcheidt*
't Is waar, voor plicht zich zei ven te verzaken;
Ooi: als men 'c loon. Hechts ver, flechts fchecmrend ziet;
Kog bij elk woord, elk denkbeeld zelfs te waaken,
Wen d'ondeugd ons haar heil met volle teugen biedt -.
Zegt veel. — Maar v;elk een heil, 'tgcen't ilof nietovcrlevci|ï
ilaar zinken zal in Graf, als 'c ligchaam neigt ter rust,
•t Geen niets dan naberouw, dan wroeging ons kan geven,
Ja meer een heil dat ilerft bij d'eens voldane Jusi?
Dat heil is mij niet waard, — Wat zijn toch d'uren, jatrca»
Wat fac;] CQU hcfüjd zeUs, bij d'cind'looze ccuwifib«i4.