Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■ ( è6 y
-met hunne kruinen elkander zodanig omarmen, dat
Jiaauwlijks hier en daar eene enkele ftraal der
zon doorkrfn dringen; terwijl de wind in rust ter
naauvvernood het loof doet bewegen , of de verdor-
de blaadjens fchuifelen. De intred in zulk een
bosch , het flatig duister, de plegtige Hilte — alles
maakt daar op ons hart eenen indruk van eerbied ,
ïnet een zeker genoegen verzeld, dat zeker tot de
edelften behoort, waar voor de mensch vatbaar Is,
Hij., die op zulk een cogenblik eene onedele ge-
dachte kan koesteren; voor hem is de adel der
menschheid , de reinheid des harten, al zeer verre
verloren; voornamelijk, indien hij nog jong is,
wanneer de ziel voor diergelijke indrukken nog
meer geopend, minder gelegenheid heeft gehad
"om van haare oorfpronglijke (lemming jif te wij-
ken. Op zulk een oogenblik, wanneer wij daar
geheel aileen wandelen, o! dan gevoelen wij hec
me^st, dat wij ons niet alleen bevinden; dat 'er
3iog een Wezen in de Natiuir is, hetwelk dat
Hatig tooncel heeft daargeileld en bezielt; hec
welk ons op dat oogenblik, als het ware naderbij
komt, welks tegenwoordigheid wij "bemerken in hec
■ritfelcn van ieder blad; gevoelen het, als ikinijzoo
iiitdrukken mng,Mn óns eigen hart, en' in de
edele en goede vqornemens, die zich dan bij ons
opdoen, en oi^s vatbaar maken tot het verrichten
van alles, wat waarlijk groot is. - o! gij Gel-
derfche bosfchen! hebt dank voor dat edel gevoel^
dat uwe flatige dreven mij meermalen inboezem-
den : zoo ik niet altijd getrouw gebleven ben
aan het geen ik mij zelven daar beloofde, ach !
de ftroom der aardfche bezigheden , der zorgen aan
den mannelijken leeftijd, aan veelvuldige betrek-
kingen in de Maatfchappij eigen, leidden mij af,
eu