Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
"C )
Is van eene veel uitgebreidere mittigheid. Dex^
zelfs hardheid maakt het gcfehikt, voor alle zulke
werktuigen, die voor ons wezentlijk behoefte zijn,
en waar toe men het goud om deszelfs grootere
weekheid, niet kan aanwenden. De landbouw is
wel de noodzakelijkfle bezigheid, om dat wij zon-
der denzelven niet zouden kunnen blijven beftaan.
Maar hoe gebrekkig werd dezelve uitgeoefend tot
op den tijd, dat de ploeg ontdekt wierd, welks
kouter van gefcherpt ijzer nu den grond klieft, en
den boer gelegenheid geeft zijn zaad in de voo-
ren van zijnen akker te werpen.
Hoe veel draagt niet het bewoonen eener ge-
makkelijke huizing tot genoegen van het leven bij ?
maar hoe zouden deze wooningen gebouwd, hoe
de bouwftoffen daar toe in gereedheid gebracht
worden , indien men hamer , bijtel, zagen , fcha-
ven, bijlen, fpijkers, en een aantal andere ijzere
werktuigen, en uit ijzer werkelijk bcftaande dee-
len , die tot ftevigheid en fieraad yan hetzelve
bijdragen, misfen moesten? Ja welk handwerk,,
welke kunst kan uitgeoefend worden , zonder dac
bij dezelve ijzeren werktuigen gebezigd worden,
In den winter, wanneer de oostenwind huilt, en ,
de vorst door de venfters henen, in de woonin-
gen jaagt, zijn het onze ijzere vuurhaarden , onze
kagchels, die haar afweeren, en terwijl zij
voorkomen, dat wij van koude verkleumen, ons
in (laat Hellen , onze bezigheden te blijven waar-
nemen; terwijl wij zonder dezelve, al waren wij
ook van brandftoffen voorzien , uit vrees van brand
in onze wooningen te veroorzaken, ons niet zou-
den durven verwarmen. Wat zoude 'er van den
krijg, (iie zomwijlen , om onrechtvaardig geweld
af te weeren, noodiakelijk is, worden? hoe zou-
de