Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 60 :)
tooneelen, die zij ons aanbiedt; het beftiidcercK
■vnn verfchillende harer aangename vakken: het
lezen van nattige en vermakende boeken; het ge-
zelfchap van, of de briefwisfeling met eenige
weinige, welgelcozen vrienden; het tekenen;
de muzijk. ■— Zie daar verfcheiden uitfpanningen ^
die allen met nut gepaard zijn, en, v/anneer zij
voorbij zijn, het hart niet met naberouw vervul-
len, Eindelijk ten derden , zelfs aan deze uif
fpanningen , hoe onfchadelijk , hoe nuttig in zich
zelfs, moogt gij uw hart niet al te zeer verhech-
ten, Als jongeling raad ik u van tijd tot tijd de
daar toe beftemde nren met iets anders, zelfs
met uwe gewoone werkzaamheden door te bren-
gen; want %vij menfchen hangen zoo zeer van om-
Handigheden af, dat wij niet zeker zijn, of wij
altijd die tiitfpanningen zullen kunnen blijven ge-
nieten ,• en, wanneer wij 'er ons dan geheel aan
verflaafd hebben; o! dan kost het ons hart zo»
verbazend veel die te moeten derven, - Maar
al gebeurd dit ook eens niet; al kunnen wij daar
van bij voortduring genot hebben; dan hunkert,
wanneer wij 'er ons zoo geheel aan overgecven ^
ons hart onder onze andere bezigheden, naar on-
ze nitfpanningen : wij doen dat werk fiegt, om dat
wij 'er niet niet onze geheele ziel bij zijn ; en wij
doen het fchielijk, om maar weder aan onze uit-
fpanning te komen. Beiden is even nadeelig. Bei-
den moeten wij, zullen wij onze plichten vol-
brengen, en zal het ons in de wereld wel gaan,
voorkomen. Wel nu dm ! Jongeling ! de boog
ial breken , zoo gij dien altijd gefpannen houdt;
maar hij zal zijne veerkracht verliezen, wanneer
gij hem geheel niet fpant.
SIV*