Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 54 )
©ok in dit Opzicht moet immers de beste onder
ons uitroepen: Heer ]- vergeef de zoi^den mijner
jeugd. Op zijne rijkdommen? maar wat heeft hi^
tot derzelver verwerving bij gedragen? ^ij rijn
liem toegevloeid , niet al» vrugten van zijnen ar-
"fceid; maar van den arbeid van anderen, door hec
'bloed san hem verbonden. - Gelukkig de jon-
■ geling, die dit bezeft en de beminnelijke deugd
Tan nïdrigheid zich eigen maakt. Te regt geluk-
Itig, want daar de hoogmoedige op hetzelfde pune
van kundigheden blijft ftaan, en zich geene moei-
te geeft, om meer te leeren 5 daitr hij meent reeds
genoeg te weten; legt zich de nederige, die zij-
"ne eigen zwakheid kent, geduurig op meerdere
Icennis toe, vordert daar door dagelijks en over-
treft dus eindelijk den hoogmoedigen, die werke-
lijk' den aanleg had, om iets groots te worden.
' ïven zoo is het met het aanleeren van deugden,
-daarhij zijne eigene zwakheid kent, gelegen; ook
ïn dezelve kan hij toenemen, om dat hij leert
'gevoelen, hoe zeer hij nog behoefte aan deugd
lieeft. En nn — hij is aangenaam bij God en
"menfchen: bij God , voor wien, daar hij alle
'onze zwakheden en ondeugden door en door kent ^
de hoogmoedige een verachtelijk fchouwfpel moet
nvezen: bij menfchen, die hij , zijner zwakheid
bewust, niet te rug ftoot; maar, waar in en hoe
verre ook beneden hem , vriendelijk aanneemt, en
te regt wijst. Jeder ftélt in hem belang , en zoeia
"In hem goede hoedanigheden op en verbreidt die ,
juist om dat hij zelve die niet kent, en veel
minder door anderen wil opgemerkt hebben.
Maar ook hier, gelijk het geval is bij elke
deugd , dat zij tusfchen twee ondeugden inftaat,
moQt de jonge mensoh voorzichtig zijn, en terwijJ