Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 50 )
rJinive f Perrepolis! gij die eens den luister vatt
Afiè'n uitmaaktet; terwijl nu de reiziger fchier de
plaats niet weder vindt, van waar de twee eerften
ower eens de wereld belieerschten, en treurig
tusfchen de verbroken zuilen van de hoofdftad der
Perfen henen wandelt. Waar zijt gij , Carthago ,
mededingfter van het magtige Rome; waar zijn
zoo veele uwer züstereh gebleven? Ach! demees'
ten van haar zijn van de oppervlakte der aarde ver-
dwenen, en zij die nog beftaan, moeten haareil
ouden luister derven. Zoo is het dan met den
glans van al het ondermaanfche gelegen. Hij gaat
voorbij ^ fpoediger voorbij dan hij, die 'er mede
praalde, zich dit had kunnen voorftellen; zeker
toch, al blijft hem ook dat alles bij tot aan het
graf; de wenk des doods zal hem eentfiaäl dat al.
les ontriemen. Hoe gewichtig is ons niet deze
les. Wij zijri toch zoo gefchikt, om alles naar
het uitwendige te berekenen, om door pracht en
grootheid te worden weggefleept, en die voor te
trekken aan het geen eigen waarde en beflendig.
heid bezit. Leeren wij dan reeds vroeg die eigen
waarde der dingen kennen, en dezelve daar naar
fchatten. Leeren wij die affcheidcn van den
glans, die haar omringt; en deugd, en brasfieid
hoogachten, waar wij die ook vinden, in eiken
ftand, in elke betrekking; maar nimmer vastflel-
len , dat zij aan hec uiterlijke , hoe fchitterend ook
verbonden zijn. Dan zullen wij niet hijgend ja-
gen naar blinde waterbellen, die misfchien niec
voor ons gefchikt zijn, om dat zij ons ongeluk-
kig zouden maken; maar wij zullen trachten naar
kundigheden, nuttig voor oni en de Maatfchap-
pij, waar van wij leden zijn; nnar deugden, di»
•ns de acjiting van anderen, en van ons zeiven
^aar-