Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
< 4P )
praal, die den nieuwverkoornen omringd-e, hetn
ZOO ligt konde doen vergeten, dat hij mensch
was, en dat al dien glans eenmaal voor hem ver-
dwijnen zoude. - De Heerlijkheid der Wereld
gaat voorbij! dit roept ons ook het gebouw toe-,
(dat daar voor onze oogen afgetekend ftaat. —-
Door die poort voerden eens de moedige rosfeu
den vorllelijken eigenaar, in een vergulden koets
gezeten, binnen: een drom van bedienden vloog
zijne beveelen te gemoet; onder die prachtige
zolderingen, tusfchen die ftatig rijzende pijlaren,
verzamelden zich eens ter opwachting de hovelin-
gen : de toonkonst deed zich daar welluidend ho-«
ren, en de vrolijke reijen vlogen daar ten dans;
of de talrijke gasten verzamelden zich om den
vorftelijken disch, en ernst en boert wisfelden
zich daar af. — Wie weet het, hoe veele ge-
wigtige plannen in deze vertrekken gefmeed
zijn? En nu! — dit alles is voorbij! De poort
Haat nu eenzaam. — De zolderingen Horten neder
cn de met mosch begroeide pijiaaren hellen deels
ten ondergang, en leggen deels in het Ilof. Nie-
mand bezoekt deze plaats dan een eenzaam wan-
delaar, die hier misfchien Usfen der wijsheid wil
opzamel«n. De Nachtuil alleen doet zijn fchor
gekras uit de vervallen toorens hooren; en do
roofvogels hebben hier en daar tusfchen de muur-
brokken hunne nesten gebouwd. De weleer prach-
tig aangelegde tuinen zijn door doornen en diste-
) len vervangen, die op verfchillende plaatfen als
I eene ondoordringbare haag den toegang belemme-
jren. ■—
I Zoo it het ook met u gelegen, prachtige Ste-
den der oudheid, over wier Hof reeds eenwen
heencn wenteiden. Waar zijt gij nuo Babel t
D Ki-