Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- ( 41 ) ■
Hweri leeftijd, waar in gij zoó dikwijls plannen
vormt van algemeen menfchen geluk, die wel
waarfchijnlijk nooit geheel tot ftand zullen komen;
doch tot .welker vq we^entlijking gij echter al wat
in U is bij moet dragen ? — Beperk uwe plan-
nen, wanneer die te uitgebreid zijn 5 het valt even.
redig flechts weinige menfchen te 'leurt in eei^
grooten kring aan het heil hunner natuurgenoten te
kunnen arbeiden; maar al is ook uw kring flec'its
klein; zij blijft even eerwaardig, en gij kunt ook
in denzelven nirae gelegenheid vinden, om aan
uwe medemenfchen wel te doen. Al laten «dk
uwe middelen niet toe hen rijkelijk van höt uwe
Inede te déelen; hier in is de menfchenliefde niet
alleen gelegen. Neen ! door anderen te handelen ,
zoo als gij wenfchen zoudt, door hen beliandeld
te worden;, hun best te zoeken; door hen te rar
den ; het geen hei] nadeeiig kon ?iin uit den weg
te ruimen; hen te troosten bij te'gen pneden ; ja
hen ir het leven een aantal van die kleine dien-
lleii-te bewiizen, die Ü niets kosten, en dikwijls
zoo veel bijdragen, ora het zelve te veraangena-
men ; en ook vooral door in uwen kring hen zoo
veel mogelijk te verlichten, door hen voor Gods-
dienst en deugd te ^vinnen; kortom! door een
g»ed burger, een goed zoon , echtgenoot, vadfr,
bloedverwant, vriend; ja-, waar in alles, in één
woord opgefloten ligt, door een g<5ed Kristen
te zijn, betracht gij de menfchenliefde. — En
hoe zeer beloondt niet zij haaren beoefenaa-
ren! O ! hij, die menschlievend is, geniet hier
het zaligfte geluk , dat de aarde geven kan. Hij
ïverkt aan zijn eigen heil, door dat van ande en
te bewerken; of zoude hij, die geluk rondom
>«;h henen verfpreidt, zelfs ongelukkig krrnen
ziju?