Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( S3 )
ian belang is te weten: duizende miren van heil
verwijderd, onderhoiidt gij U met hen, als of
zij tegenwoordig waren, en hun gemis wordt U
veel dragelijker. .
Hoe gemakkelijk hu fchijnt ons niet de uitvin-
ding van het letterfchrift toe ; en waarom ? om dat
wij van onze jeugd af met het zelve bekend ge-
worden zijn; — maar indedaad is het eene uit-
vinding , die niet alleen van het uitgebreidst nut ;
maar ook , indien wij den nog eenvoudigen toeftand
van het menschdom in die tijden, in aanmerking
hemen, ook om het afgetrokkene der denkbee^-
den, die wij daarbij veronderftellen moeten, zeer
moeilijk was. —
De menfchen gevoelden reeds vroeg de behoef-
, om zich zeiyen en de hunnen , de groote man-
nen «n gebeurenisfen, die of voor hunne bijzon-
ilere geflachten , of voor de kleine maatfchappij-
en, waar van zij leden waren, een wezentlijk
gewicht hadden, te herinneren. Het natuurlijkst
wa$ die gebeurenisfen of perfonen af te beelden i
ilit gefchiedde dän, hoe gebrekkig ook; menging
al verder, en wist ook meer afgetrokken' gedach-
ten zinnelijk door beeltenisfen voorteftellen, Hec
leeldfchrift wAs dus het eerfte ,• en moest den men-
""chen het eerst op de gedagten komen. De Egijp-
:enaren vooral hebben het in deze kunst zeer ver
gebracht. Ongelukkig; na dat het letterfchrift de-
ze meer omflachtige en onvdlkomene manier van
fchrijven verdrongen had, is de konst om hec
zelve te lezen, verloren gegaan, en wij misfen
iet nut, dat wij uit de overblijffelen van de wer-
cen van dat voor dfen tijd in kundigheden zoo
litftekend volk, hadden kunnen trekken. Maar
ïü kwam een Phcniciër, Thaut of Thot genaamd ,
.C oj