Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 28 >
tiii-enbaat zoo geheel vervreemde liefde , het meeat
iiïiLiij komt. l'roinvcns hij, die de liji'de der ou-
ticreii, der moeder vooral, onnrciit haare kinde-
ren nagrat, eeno liefde, die zclia bij het rede-
loze vee plaats grijpt, zal zeker tocilemmen , dat
geen voorbeeld van eene liefde, die zoo volmaakt
onbaatzuchtig en zoo groot ter zelfder tijd is,
onder de fchepfelen gevonden wordt. Zijn niet
gedurende de eerfte levensjaren van een kind, alle
de oogcnbiikken der moeder aau het zelve toege-
■^vijd. Zij voedt het met hare beste fappen; zij
verkwikt het door reiniging; zij zorgt, dat zijn
Haap niet geftoord wordt; zij fchraagt het, wan-
ïieer het de waggelende voetjes het eerst op den
grond zal nederzetten: bij de minfle pijn, ge-
troost zij zich de grootfle moeijelijkheden, en
waakt lange nachten door, om zijne fmart te le-
nigen, Nadert ziekte zijn wiegje, 2iet men haar
verbleeken, en zij zoude haar eigen leven voor
dat van het dierbare pand opofferen. - Ploe zeer
zich niet meer zoo tot in kleinigheden uitwendig
vertonende, neemt zij echter in flerkte niet af
met de jaren van het kind; hét is wanr, de vader
neemt nu meer dadelijk aandeel aan de opvoe-
ding; maar hoe dikwerf Hdt zich hare liefde rdet-
tusfchen deszelfs meer ernHigc liefde, die hec
waar belang d .s kinds voor de toekomst zoo ge-
heel op het oog heeft, en daarom begrijpt, niets t^'
kunh?n verfchonen, en tusfchen de feilen der on-
bedachtzaamheid, aan dc jeugd zoo eigen. Koe oe-
fent zij zich in het karakter van den jongeling,
cm zijne geheimfle wenfchen te kunnen 'weten,
en die, of te vervullen, of, wanneer zij fchadc-
liik zijn , met zagtzinnigheid op andere voorwer-,
pen zf te leiden, Ko; i'f;r>ücg?ns ontzegt
' . ■ zij