Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 25 >
en na de pijnigenden angst'van zoo veele weeken ,
na de folterendfle onzekerheid , die hun hart van
een reet, zagen gister die ouderen, die eens op
hem de hoop van hun leven fteldenwiev 'aan-
houdende en liefderijke zorgen hij zoo rijkelijk
beloonde, heuj in hunne armen bezwijken.
Dat (lof, 't geen hier beneên zijn reeds zoo groorc zitl,
R^ecklujgters, haar onwaard, had al te broos nmijevcn.
Werd doorhaal afgcfchud. ——• Zoo dra dat ftof omviel,
Zogt, vondt zij 't vadaiiud in \ gindlche beter leven,
En deze zelfde onderen — dit pand was het eerfte
niet, dat zij verloren ; o ! neen ! binnen weinige jaren
vergezelden "zij-, die in,hunnen huisfelijken kring
al hun geluk zogten, vijf hunner lievelingen naav
het graf. — Zoo zwak is ook in de jeugd de
levensdraad aangeknoopt. — Zoo weinig khn ook
de fongeling op nog vele jaren voor zich met
eenige zekerheid rekenen, — En wat moet hem
dit dan leeren? — Dat ook hij zich reeds vroeg
bereiden moet voor die gewigtige flandsverwisfe-
ling. Dat ook hij niet in losbandige vermaken
zijnen tijd doorbrenge, denkende: ,, het komt 'er
bij mij nog zoo niet op aan. Als ik oud worde,
heb ik nog tijds genoeg overig, om mij tot den
dood te bereiden," Op dat deze hem misfchien
niet onverwagt overvalle , en hij zich noch in de
eeuwigheid beklage , dat hij zoo weinig voorrarids
mede -nam, die hem daar van belang is, — Dac
hij zich bij elke gedachte , bij elke daad voorflel-
le: ,, hoe zoude ik te moede zijn, indien dit
oogenblik mijn laatfte ware? op dat hij zijnen weg
verflandig inrich^e, en hier, ffèor het volbrengen,
licc gelovig volbrengen, zijner plichten, het be-,
ften.
r
-L