Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C '5 )
ige in grootte den haan , anderen naaiiwlijks ^e
aif evenaaren. Zij worden in de oude , zoo wel
5 nieuwe wereld gevonden; in de Oostindiën
Doral in een zeer groot aantal, waar zij de Ko-
osbomen tot hunne woningen verkiezen. Men va'ngt
ïzelve jong, kweekt ze op en zendt ze naar Eu-
pa, waar veelal de Schepelingen hen reeds on-
ïrweg leeren praten, Tong^ keelden bek van
ezen Vogel zijn bij titflek vi^el gevormd om de
enfchelijke flem naar te bootfen. Men leerc
sm dit door zijne kooi te ' dekken, op eene
eine opening «a, voor welke in zulke richting
;n fpiegel gehangen v/ordt, dat het beest zich
ïlven zien kan ; 'en door hem verfcheiden malen des
ags, de woorden, die men hem wil doen napr*-
n, duidelijk voor te zeggen, Ic^rt hij dezel-
; al fpoedig, In den vrijen üaat it dit dier
n uiterften vrolijk, fpeelt met alles, wathijkrij-
^n kan, en vooral M^at hem in de oogen blinkt,
i teelt zeer flerk voort. Wanneer zij in eene
ïoi zijn opgefloten, zijn zij dikwijls zeer eigen-
nnig, geven onder de huisgenoten, die hen op-
sfen en verzorgen , dikwerf aan den een boven
n anderen de voorkeur; van genen laten zij zich
eelen en liefkozen, eten uit zijne hand, zon-
r hem leed te doen; terwyl zij de gelegend-
id afloeren, om hem , van wien zij uit hoofde
zer grilligheid een afkeer hebben, wanneer hij
n te nabij komt, in de vinjers te bijten: op
t verzoek van den eerflen fpreken zij ; terwijl
met alle tekens van ongenoegen den ander»
inneer hy dit van hun begeert, den rug toewcn-
n. Zij teelen niet voort in dezen toefland,
mt, indien zij al eijeren leggen, het geen zei-
n gebeurd, broedeu zij dezelve uogthans niet
uit.