Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
>
tiinjf zco we! van vroegere als ook vooral van on-
ze dagen , heeft toch maar sl te duidelijk geleerd,
dat eene volflrekte gelijkheid niet alleen met het
geluk ; maar zelfs met het aanwezen der Maatfchap-
pij , onbeflaanbaar is; 3°. En ingevolge dus, van
het boven verhandelde, zoudei} zij zelfs, die nu
het minst bedeeld fchijnen, bij zulk eene gelijk-
heid niet winnen; maar altijd verliezen moeten;
want ook die genoegens, die zij nu zeker nog
fmaken , en van welke geen fland in df Maatfchap-
pij volflrekt verftcken is, zouden voor hen verlo-
ren zijn; daar niemand iets zoude willen bijdragen ,
om dezelve daar te (lellen; vermits hij 'er voor
zich geen belang bij had. - Daarbij , dat on-
derfcheid der Handen moet dienen, om arbeidzaam-
heid , en naarijver, onder de menfchen op te wek-
Jcen ; hij, die in eenen geringen ftand geplaatst was,
gevoelde, dat kunde en nuttige werkzaamheid al-
leen in ftaat waren, hem het nodige onderhoud te
verfchaffén, en hem eens tot eenen hogeren
te verhelfen ; de naar het uitwendige ruimer be-
deelden bezeften , dat ook zij zich door vlijt en
ijver in dien ftand entrang, waar in zij waren,
moesten handhaven , en 'nu wedijverden alle ftan-
den gemeenfchappelijk, een ieder in hare betrek-
king , tot nut en welvaart van het geheel, en de
:j^1aatfchappij bevondt zich in enen fteeds klimmen-
den trap van befchaving en bloei, — la! maar
dan is het hard , dat ik juist tot die mindere ftan-
tlen^ behoor, en alle de ongemakken des levens
verdunren moet; terwijl een ander van hetzelve
alleen de genoeg'ns fmaakt. Maar zoude dit niet
altijd het geval zijn, en ook zij, die nu in hogere
Randen geplaatst zijn , hetzelfde regt van zich ta
beklagen hcbbeu, wauaeer zij ^iclj in tien uwen
bc-