Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
< 146 )
waar in men op verlichting roemen kan, eens
eeuw, waar in een aantal menfchen zich bemoei-
jen om de vruchten hunner letteroefeningen eu
hunnes nadenken? te doen ftrckken tot nut hun-
ner medemenfchen, om door de verlichting van
derzelver verftand, de verbetering van hun hart
cn alzo hun geluk te bewerken; het is voorzekei-
de onze. — IVIaar jonge mensch ! zijt voorzigtig;
met alles, wat verlichting betreft; want zij kat^
goeds, maar ook kwaads aanbrengen. Wij wor-
den dikwijls door het nieuwe medegefleept, en-
kel om dat het nieuw is, en verachten het oude ,
nis dwaling, om dat het oud is. » Dit behoort zoo
niet. Onderzoekt alle dingen, en behoudt hec
goede. Zoo behooren wij ook te doen. Eene
onderftelling, om dat zij ons bevalt, om dat zi|
met onze neigingen of inzichten best ftrookt, oia
dat zij door iemand voorgedragen wordt, wiens
gezag bij ons zeer veel afdoet, kan daarom nog
onwaar zijn. Wij moeten dus naauwkeurig alles
zelfs overdenken, en alle partijdige en eigenbati-
ge inzichten' uit den weg ruimen, eer wij ons toe
het onderzoek eener waarheid begeven, wanneer
het ons om die waarheid werkelijk te doen is. —•
Dan nu nog, onderzoek - lievende jongeling ! moec
ik u voor twee dingen waarfchuwen, en ach ! of
de gojde God voor het eerfte toch genadig alle
menfchen bewaren wilde. Ik bedoel de zoo ver-
deiflijke twijfelzucht, die in onze dagen, vooral
bij jonge lieden, maar al te veel veld wint, en
lïit niet re veel; masr te veelerlei lezen der jon»
ge lieden, en dat wel zonder den behoorlijken
gee't des nadenkens vooral ontftaat. Zij zien dooc
jr.'^nfchen van gezag , door mannen, die door da
msnigte hunner aanhangers wordea toegejuicht.
leche