Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 131 •>
■ne met moeite en opofferingen Volbrachten pligt i
dan maken wij van byzaak hoöfdzdak ; ja wij ver-
waarlozen het geen hoofdzaak is. Verbeelden wtf
ons iemand, die door telkens al meerder te eten,
maakt, dat hij ook lederen dag nog meerder nodiu;
heeft; in de eerfte plaats ftemt hij zijne verbeel-
ding alleen , om heiil eene wel toebereide fchötel,
een disch, om welken eenige gulzigaarts verza-
meld zijn , af te fchilderen , en dit fchilderij , dac
hij van tijd tot tijd nieuwe verwen leent, te ver-
wezentlijken, is zijn hoogfte doel; maar daar en
boven zijn met fpijzen opgepropt ligchaam, zijna
maag, die flechts v/erk heeft, om alle de haar
toegevoegde fpijzen te verteren, beletten alla-
werkzaamheden des verftands, en yan alle onzcs
zedelijke en redelijke vermogens. De «iel worde
verftompt door de logheid van het ligchaam, eii
cngefchikt, om iets, dat haar wordt voorgefteld
te begrijpen, of daar op door te denken. Her-*
innert u zelfs maar eens eene of andere gelegen-
heid , bij welke gij meer dan naar gewoonte gege-
ten had; en herinner u tevens, hoe moeilijk hec
Tl viel, jonge lieden! indien gij vervolgens onder«
wijs in het een of ander vak genoot, de u gege-
ven uitleggingen te bevatten, of zelve iets uit te
werken. Zoo nu gaat het bij den vraat, bij hem,
die op bovenmarin lekker en veel eten gefteldis.
dagelijks. Maar daar en boven benadeelt hij ook
ten uiterftert zijne gezondheid , en wordt door da
menigte der fpijzén, die hij nuttigt, minder ge«f
voed , dan een ander die matig eet. De fpijs tocli.
kan in de maag niet. behoorlijk verteerd worden ^
en verlaat dus grooténdeels, zonder hare voeden-!
de deelen verloren te hebben , het ligchaam weder;
of gedeeltelijk terug blijvende, baart , doorrfa
I 2 itn