Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 130 :)
niet san onze willekeur overgelaten, om aan d?.
behoeften te voldoen, die tot onderhoud van ons
ligchaam volftrekt vereischt worden; daar wij an-
derzints dikwijls dezelve al of niet voldoen zou-
<ien, naar dat onze bezigheden, vermaken en lui-
men oiK daar toe al of niet don tijd of lust lieten.
Dan nu doet zich honger, dorst, flaap gevoelen,
«n wij vinden ons genoodzaakt aan hare eisfcheii
te voldoen 5 en op dat die voldoening des te ge-
•williger van onze zijde gefchieden zoude, heeft de
goede Voorzienigheid daar ftan tevens voor ons een
zeker genot vastgehechte Hier van moeten wij
dus met dankbaarheid gebruik maken; en men zou-
de hem te regt een dwaas noemen, die zeide met
dezelfde graagte een verrot kreng als een behoor-
lijk cn aangenaam toebereid Huk vleesch te nutti-
gen ; die zeide dat het hem om het even was, of
liij een glas verfchaalcl bier, dan een teug ver-
kwikkenden wijn gebruikte* Neen, dat wij ook
hier genieten, het geen op eene geoorloofde wij-
ze te genieten is; maar dat wij ons aan den ande-
ren kant, wagten, van het geen bijzaak is, hoofd-
zaak te maken ; ja wat meer zegt, daar door de
hoofdzaak te verwaarlozen< Immers indien wij
geloven, dat de mensch om zich meerder te vol-
maken, en voor eene volgende beftemming te be-
kwamen , op deze wereld geplaatst is, gelijk alles
aantoond, dat hier het plan der Voorzienigheid
met hem geweest is; dan moet ook deze volma-
king altijd bij hem op den voorgrond flaan, en
alles, wat dezelve zoude kunnen verhinderen,
moet hij zorgvuldig vermijden. Wanneer wij nu
in het zingenot ons hoogïle geluk fiellen, wanneer
een mond vol lekkere fpijs ons een hogere vreugd
«yeroorzaakt daa eene aanwinst in kennis j dan ee-
. ■ " ne.