Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
. iirikkfld werd, om onzen honger te verzadigen j
even of men, door al meer en meer aan deze aan-
prikkeling te voldoen, nog niet vergenoeg in het
eeten komen zoude ; heeft men verfcheiden boe-
ken gefchreven, om alles wel en lekker te bereL
den, en door verhittende fpecerijen den fmaak
nog meer uit te lokken. Bij de Romeinen had
men in deze konst eerfle meesters. Verfcheiden
hunner hadden een aantal eetzaalen in hunne woo.
ringen, en voor ieder derzelve was eene bijzon-
dere prijs bepaaldzoo dat, indien de Heer a«n
zijnen Hofmeester zeide, dat hij in deze of die
zaal middagmalen wilde , deze wist, dat hij voor
den maaltijd tien duizend, of twintig duizend
Guldens, of meer befteden moest. Zekere Api-
cius, een man, die ten tijde van Augustus leef-
de , had omtrent vijf en twintig Tonnen- Gouds ,
bezeten ^ en drie en twintig daar van, naar
onze munt berekend, met lekker eten doorge-
bracht ; toen hij zich uit wanhoop, ora dat hij
begreep, dat hij zijne vorige levenswijze niet
vol konde houden, met vergift om hals bracht.
In de daad iemand moet wel veel belang in den»,
fmaak ftellen, aU hij meent denzelven niet genoeg
te kunnen üreelen met zulk een overfchot, en nog
al eens een goeden maaltijd gebruikt hebben, (jm
zulk eène fom te verteren. Ik geloof niet dat'er
in onze dagen lieden gevonden worden, die zulke
kostbare maaltijden houden; maar dit geloof ik
wel, en meermalen heb ik lieden ontmoet, die ia
liet eten hun hoogfte genot ftelden, en zich zoo
zeer aan onmatigheid in hetzelve toegaven, dat
ïiet te verwonderen was, hoe hunne gezondheid
dit (lechts eenige tijd konde uithouden. - Met
aeer veel wijsheid heeft de Voorxienigbeid het
l