Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 119 :)
-welke elk op zich zeiven , nog een bijzonder le-
ven , afgelcheiden van dat des booms, geniet.
Maar vertoont zich de Natuur na haar ontwaken
uit den winterHaap in alles fchoon; - nergens
praalt zij fierlijker, en treft zij ons oog met eene
zagtere en aangenamere gewaarwording, dan bij
die keurige bloemen, die door de bevalligde Ideu-
ren en door den liefiijkften reuk te gelijk be-
kooren,- Hoe heerlijk prijken zij daar. ■
Hoe gaarne toeven wij bij hen , en zijn ongerust,
eer wij verder gaan, dat wij nog iets van hunne
fchoonheid niet hebben opgemerkt, dat wij nog
hunnen gehelen' geur niet gcnooten hebben, ——
Hoe zorgvuldig is niet de Lieflicbbcr, die zijn
vermaak ftelt in hen aan tc kweken, om hen tot
ile grpotHe volkomenheid te brengen? hoe zoekt
hij alles af te weeren, wat hen benadeclen kan,
wat tot hunne verwelking zoude kunnen bijdragen;,
zoo wel voor zij zich openen, als na hunne ont-
luiking , ziec hij beangftlgd, of ook wormen in de
nabijheid zijn, die aan haren wortel zouden l:un-
ïien knagen, of ook fpinnen haar net aan haren
Itenf^el hechten , of rups of trekmade zich op ha-
re bladen zetten; ja omgeeft de bloembladen vaak
met een rond van kaartpapier, op dat zij de kragt
van den wind, zoo wel als die des tijds, die
haar van zelve der verwelking nader bij brengt ,
janger tegenHand zouden kunnen bieden. Zoo veele
gevaren dreigen haar dan en zoo weinig is zij
zonder geduurige oplettendheid tegen dezelve be-
fland; want zij is uiterst teder, zoo wel het Icna-
gen van de rups, als de hand, die haar te onvoor-
zigrlg aanraakt; zoo wel de wind, die flechts
zachtjens het kooren doet golven, als de regen-
vlaag , die andere plautgewasfen verkwikt, doen
ha-