Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 115 :)
dan weder langs bloemrijke paden de reis af moest
leggen naar eene zekere ftad, waar hij bij zijne
aankomst in eenen uiterst gelukkigen ftand ge-
plaatst zoude worden» - Verheel u hem door
het woeste en moeilijke gedeelte van den weg ta
zien henen ijlen ; maar tevens zich tusfchsn de
bloemen, zoo draa hij die bereikt heeft, te ziert
nederzetten, met dezelve te zien fpeelen, dia
plukken en zich op zulk eene wijze vermaken,
als of hij reeds ter plaatze zijner eigentlijke be-
ftemming ware aangekomen , zonder zich ora het
vervorderen zijner reis te bekommeren. Zoudea
wij zijn gedrag niet ten uiterflen dwaas vinden?
En ach ! maar al te dikwijls zijn wij hem gelijks
Maar al te dikwijls zien ook wij fchijn voor we-
zen aan, en vergapen ons aan het uitwendige der
dingen, die de wereld ons aanbied, zonder ons
om het geen voor ons wezentlijk nuttig zijn eit
den adel onzer Ziel verhogen kan , eenigzints te»
bekreunen. Niet alzoo gij , Jongeling! verdaaf
gij niet te veel aan het zinnelijke ; want o ! indicie
gij u eens daar in toegeeft, en er u geheele hare
aan hecht, is het u verbazend moeilijk om terug ta
keeren, en die moeilijkheid veraieerdert van dag
tot dag. Nu in uwe jeugd is uw gevoel voor al,
wat goed en edel is, veel fijner, veel minder af-
geftompt dan in meer gevorderde jaren; kweek
dat gevoel meer en meer aan, en gij zult met ie-
der dag onder Gods zegen , meer kragt verkrijgen,
om de zinnelijkheid wederftand te bieden. Gij ge-
voelt het toch wel, dat daar aan u over te geven,'
u verbazend hinderlijk in het bereiken dier beftem«
ming zoude zijn, waar van wij fpreken. Hoa
weinig wij ook van dezelve weten mogen, die
toch is er ons van bekend, dat al wat giunelijk
H i lis