Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 4 )
hem roepen zal. —— Hij oi.tdekt op zijne ■'ehrt
den voorraad van fpijze, en zijne flcm roept he
vrouwelijk gezin bij hein, ten cintie zich te vei
zadigen; voor zich zeiven, zorgt hij licc laatsi
Hij ontdekt voor de zijnen gevaar, en eene ander
toon zijner ftem waarfchiuvt gaden en kroost zie
in acht te nemen. - Voortreflijk is het vooi
beeld, dat in zoo veele opzichten de Haan on
ïnenfchen geeft. Terwijl hij flechts in gevolg
cener ingefchapene natuurdrift, werkt; hebben wi
de rede als het voortreflijkst gefchenk der God
heid ontvangen, en deeze kan ons leeren dii
deugden, welke de Haan als van zelve uitoefent
pligtmatig te betrachten en naar de omftandighe
den te wijzigen. VoorU, inzonderheid. Jonge
ling! is veel van hem te leren; — Uw jeugdi
ge leeftijd moet aan nuttige oeffeningen zijn toe
gewijd,' in denzelven moet gij voer geheel in-
volgend leven voorraad opdoen. O ! dat drj] di^
verkwikkende morgenuuren, waar in onze geest
vermogens even zoo wel als ons Ligchaam, doo
den flaap nieuwe kragten verzameld hebben, nie
geheel en al in eene logge fluimering worden door
gebragt. Die tijd van den dag is voor U he
best gefchikt tot zulke werkzaamheden , door wel-
ke gij U zelvcn befchaven en nuttige kundigheder
kunt verzamelen. Daarbij door zich reeds in zij
3ie jeugd aan vroeg opiraan te gewennen, word
dit in ons'eene hebbelijkheid, cii in onzen mee:
gevorderden leeftijd winnen v/ij eene menigte tijd.
xiit, die anders voor ons geheel verloren is, —
Ik heb zeer veele menfchen hooren klagen, ovei
^e menigte hnnner bezigheden; gezien, dat zi
zich bedroefden die fleclits ren halven te knnnei
afdoen, en geen den minfLen tijd toe iiitfpannin.
v«o