Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C icp ^
pllclit hem ter hunner verdediging roept, en zij
zuilenivoor zich zelven zorgen moeten. Onge-
lukkig de Echtgenote van zulk eenen man. Haare
achting voor hem , diem zij in venrouvven , dat hij
haar befchermer zoude zijn, zich ten Echtvriend
koos, en dien zij nu zelfs befchermen moet,
gaat noodwendig verloren.
Maar gelukkig zij, die met den man van waren
moed zich in betrekkingen bevinden. Gelukkig
de Maatfchappij, waar vele zodanlgen gevondeit
worden; zij zullen niet aarfelen, wanneer buiten»
landsch geweld van vijanden, wanneer binnen-
landsch oproer van kwalijkgezinden de rust ver-
ftooren, moedig de wapenen op te vatten en hun
leven te wagen ter verdediging van de regten hun*
nes lands, van hun eigendom, van het leven en
de eer van de hunnen. En zulk een moed is
plicht bij den man. Daar toe gaf hem de Voor-
zienigheid eene fterkte en ligchaamskrachten bo-
ven die der Vronwen, daar toe ontving hij bovett
Tiaar eene meerdere tegenwoordigheid van geest:
bij onverwachte gevaaren; en flechts ontzenu-
wing door eene weeke opvoeding en verwijfde
levenswijze , ontftaan , kunnen hem deze doen ver-
liezen , en hem verlagen beneden de Vrouw,
wier zwakheid wij eerbiedigen; terwijl wij die
jn hem verachtelijk vinden. Bewaar dan, Jonge-
ling! uwen moed, tot dat die u wezentlijk te
pas koomt; toon die niet omtrent weêrlozen, of
7.ulken, die gij begrijpt tegen u niet beftand te
zijn. Dit is laag. Dit zoort van Zwetfers zal
wanneer het er wezentlijk op aan komt, dikwijls
toonen. dat zij bloodaarts zijn; dit leert de on-
dervinding en gij zult u daar door bij niemand,
lie doordenkt, eerlje achting verwerven; m?ar
doe