Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
K 108 )
200 door de vlammen dreigt verflonden te wor-"
den, eu dan over de brandende balken, die op het
inftorten ftaan, henen fnelt, en den geredden man
met zich terug brengt; hij , die eenen reiziger
door roofzuchtige booswichten met overmagt ziet'
aangevallen , en met het ftaal in de vuist toefchiet,
om het gevaar met hem te deelen ; hij is de mau
van ware moed. Moedige Woltemade! uwe asch
2ij onze hulde toegebracht, die bij het flrandeii
van een Schip aan de Kaap de goede hoep, de
plaats waar gij uwe dagen als Landbouwer door-
bracht , u te paard waagde in het midden der on-
iluimige golven, en na verfcheidenen gered te
bebben, eindelijk het offer werd der onvoorzich-
tigheid en drift van hen, die door doodsvrees
beangst, elk ogenblik te lang viel, dat hunne red-
ding nog voor af moest gaan. Ja! uwe asch zij
-onze hulde toegebracht! de kroon die de mensch-
lieid u vlecht, moge met geene peerlen doorwe-
ven zijn; maar de tranen der geredden geven daar
aan een veel fchooner glans, een glans, dien geene
Eeuwen zuljen doen verwelken, en de ogen der
late nakömelingfchap nog met eerbied op haar ves-
tigen zullen. — Moed ftaat dan , zoo als het met de
meeste deugden gelegen is, tusfchen de beide ui-
terften in van roekeloosheid en bloohartigheid.
De roekelooze* kent geene betrekkingen, zoo dra
zijne verwaten zucht om te pralen gelegenheid ter
voldoening vindt; en ongelukkig zij , die in be-
trekkingen tot hem ftaan, en voor wien zijn leven
dus van belang moet zijn; want hij zal niet aarfe-
len hetzelve op te offeren voor een niets, voot
eene hersfenfchim. Even ongelukkig zij, die zich
in betrekkingen met een bloodaard bevinden ; want
dc2c zal heu verlaten, op üCf ogenblik, waar in
pliclis