Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( lor )
afgebroken, onkundig waren van de plaats, waar
zij, zich bevonden. Ook dit fchip, dat hier is
afgebeeld, werdt door den ftorm op een bank
gefmeten, en bevindt zich nu in gevaar van ogen-
blikkelijk verbrijzeld te worden; en de honder-
den , die zich op hetzelve bevinden, zuchten te
vergeefs om uitkomst tegen den naderenden dood. —■
Gelukkig de man, die zich thans op den vasten
v.-al bevindt, en zich niet behoeft te wagen aan
de gevaren der Zee ! — zoo denken de Zeelieden
niet, die van het ftrand in de verte den nood van
het Schip aanfchouwen. Zij voorzien zich met
touwen en ijlen naar hunne booten, ora zich narr
het fchip te begeeven, en, den Storm trotfee-
rende, te ontdekken, of ^ij hulpen redding kun-
nen toebrengen. Dit is waare moed, die men
niet met roekeloosheid behoord te verwarten ; daar
de laatfte zoo zeer te laaken, als de andere prij-
zenswaardig is. Roekeloosheid noemt men, wan-
neer iemand zijn leven moedwillig, zonder dat
de nood dit vereischt, in gevaar ftelt. Maar de
waare moed vertoond zich niet, dan wanneer het
gevaar waar in wij zeiven of anderen zich bevin-
den , vereischt, dat wij pogingen aanwenden, die
met gevaar verzeld zijn; in dat geval leert zij
ons de gevaren klein achten, om dat plicht ons
daar toe roept. -—• Hij, die, alleen om zijne
.vlugheid te toonen, uit een hogen boom fpringt ,
waarbij hij gevaar loopt den hals tfe breken, is een
roekeloze; hij , die zijnen natuurgenoot in eene
met water gevulde Graft ziet nederflorten on te-
rug beeft, in plaats van hem na te ijlen en te red-
den , is een bloodaart ; maar hij, die bij een
brandend huis genadert, daar een grijsaard hoort
Icerpicn, die zich niet redden kan, cn 200 —
zoo