Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 104 •>
door om hen, die ons hun vertrouwen fchenken,
die ons bevpordeelen willen, te bedriegen, en op
eene ket zij meerder of miuder Quwettige wijze
het hunne het onze te maken.
Het is waar de wetten kunnen tegen alle zulke
zoorten van ongeoorloofd eigenbelang, hoe voor-
treiFelijk die wetten ook ingericht zijn, niet wa-
iter^en hij, die zich aan hetzelve fchuldig maakt ,
kan dus zeer dikwijls haare geflrengheid ontfnap-
pen. Maar is 'er dan niet eene wet in ons eigeTi'
l)art, die iuid tot ons fpreekt, ook wanneer do'
andere haare ftem niet verheifen kunnen? Zegt de-
ze het ons niet, dat wij fchandelijk onzen plichc
verkrachten, wanneer wij aan zulk eene winzucht
de eerlijkheid opofferen? Maken wij daar door de
"banden der Maatfchappij niet los en,, verbannen
liet vertrouwen uit dezelve; daar hij, die door
ons bedrogen is, ook andere misfchien veel eer»
lijker lieden begint te wantrouwen? En benadee-"
len wij niet, door zulk eene lage handelwijze,
op den keper befchouwd, ons zeiven het meest?
Immers hij, die in zijn beroep ontrouw handelt ,
wordt fpoedig bekend; niemand wil met hem ts
doen hebben; hij ziet weldra zijne necring verlo-
pen, en mist dus voor eenige weinige ongeoor-
loofde winften dc wel geringere, maar veel duur-
zamere en meer talrijke, die hij anders had kun-
nen genieten, en daar door zijn huisgezin werke«»
lijk op eenen voordeeiigen voet brengen? En zij-
ne oneerlijke pogingen gelukken al eens. Wij
veronderflellen, dat hij rijk wordt, o ! Het ge-
weten zwijgt niet altijd. Midden onder het genot
zijner fchatten heeft hij oogenblikken , waar in hij
de üem van hetzelve voor die allen zonden willen
afkopen; in eiken crufligeii blik, dien hij ontmoet,
waanc