Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 103 :)
niet kunnen onderhouden, het geen gevolglijk ten
laste der Maatfchappij komen zoude, Om voor-
deel mogen wij dus, moeten wij zelfs onze ba-
zigheden verrichten. Maar hier moeten wij over
ons zeiven waken. Het eigenbelang, de geld-
zucht , dat is, de begeerte pm zoo veel gelds te
verzamelen, dat wij niet meer behoeven te wer-
ken , om aan den kost te komen, maakt zich ge-
maklijk meester van ons hart, en wordt dan onge-
oorloofd , wanneer wij of de waardij dier dien-
llen zelve zoortelijk verminderen, of ons meer-
der daar voor doen betalen, dan ons toekomt.
Laat ik dit nader verklaren. Wanneer een tim-
merman mij flecht hout leverd, om dat het
hem minder kost, of over het werk, dat hij aan-
genomen heeft, henen loopt, om fchielijker ge-
daan te hebben, en weder bij een ander geld te
kunnen verdienen 5 of wanneer zijne rekening te
hoog is; wanneer de winkelier zich moedwillig
vergist in de maat of het gewicht der goederen,
die hij mij bezorgt; wanneer de geleerde den
tyd, dien hij aan enig vak gewijd heeft, waar
voor hij door de Maatfchappij betaald wordt,
tot andere bezigheden gebruikt; wanneerde koop-
man , die ons van eerfte levensnoodwendigheden
voorzien moet, door zijn geld al den voorraad,
die van dezelve voorhanden is, uit anderer han-
den breekt en dien geftapeld laat liggen, ora
dat hij, met een kleine winst niet te vreden, da
prijzen verbazend wil doen fiijgereu en zoo zich
ten kosten van de geringe, die allen dezelve
noodwendig gebruiken moeten, op eens verrijKeijj
dan is het eigenbelang, dat in de handelwijs, van
fllle dezen doorllraak, ongeoorloofd. —7 Ini-
iacrs llrriak ui(;i, bij gllca dc onëdehiïoedigc zucht
ÜQ&Ï