Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( ïoa )
Jijk lil twijffel trekken zal, heeft ergens gezegd.
„ Die zijn huisgezin niet verzorgt is erger dan
een ongelovigen." En dit is ook eene waarheid ,
waar van wij ons bij het minfte nadenken over-
tuigd zullen houden ; want waarheden niet te ge-
loven , en zich aan leugen vast te houden, is ee-
ne dwaling des verftauds, welke het niet altijd in
onze magt üaat te verbeteren; maar pligten te
verzuimen, die de natuur zelf ons leert, is eene
dwaling van het hart, en dus van een ongelijk er-
ger aart. —- Wij bewijzen dan door werkzaam te
2ijn aan het nut van de verfchillende leden der
Maatfchappij , om het even of wij ftaatkundigen,
godgeleerden , landbouwers of fchoenmakcrs zijn ,
die Maatfchappij eenen wezenlijken dienst, wan-
neer wij uiaar ieder in ons vak regt getrouw zijn,
en het is wsderkeerig de plicht of dier geheele
Maatfchappij , of van die leden derzelve , die wij
meer onmiddelijk dienst bewijzen, door bijdragen ,
aan die dienden geëvenredlgd voor het onderhoud
van ons en de onzen te zorgen. Wanneer ik dus ,
iets voor een ander verrichtende, daar Voor eene
-gepaste belóning vorder, handel ik plichtmatigi
ik zeg met opzet eene gepaste, dat is, die de
waarde van den dienst niet te boven gaat, welke
ik hem bewezen heb. Vorderde ik toch van hem
niets daar voor; leverde ik hem fchoencn voor
hetzelfde geld, dat mij het Ieder kostte; gaf ik
hem het graan voor even zoo veel, als mij het
zaaikoorn , mest, pagt en loon van arbeiders te ftaan
kwam: dan verloor ik mijne naaste betrekkingen uit
het oog, om de meer verwijderde ten dienst te
flaan; maar ook dan deed ik die Maatfchappij zel-
ve , tot welker nut ik arbeiden wilde, eenen we-
«aotlijken ondienst 5 want ik zoude miju huisgezin
niet