Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
Voortgaat en zijne fappen bederven; dat hij ziqU
voor onmatigheid in fpijs en drank wagten moet ,
Vermits die in plaats van zijn ligchaam te voeden,
hetzelve benadeelt en voor den tijd voor het graf
doet rijpen; dat dit vooral bij geestrijke dranken,
in het bijzonder bij jonge lieden plaats heeft, die
daar en boven zijn zennwgeftel verflappen, en zij-
ne gezondheid verwoesten ; dat de wellust aan dac
ligchaam alle veerkracht beneemt, en den zelfs
nog jeugdigen mensch aan een wandelend geraamtes
ijelijk maakt; dat toorn en hevige driften dikwijlst
€en oogenblikkelijken dood kunnen veroorzaken ;
zeker gevolgen achterlaten, die hem zijne vroUjk-
lieid en het genoegen van zijn leven benemen.
En zoo zal hij uit de kennis, de behoorlijke ken-
nis van zijn ligchaam, en het in acht nemen vai»
het geen hij hier uit leert voor zijne gezondheid
dienftig te zijn een lang leven, en eenen gezon-
den, vrolijken ouderdom inoogflen.
Maar ook fpraken wij van de kennis van alles,
wat ons omringt. En deze kennis is voor dei»
mensch even zoo aangenaam, als noodzakelijk.
Trouwens, indien onzq voorouderen zich niet op
dezelve hadden toegelegt, hoe zouden zij dan zoo
Tcele nuttige dingen hebben uitgevonden, waar
van wij nu het gemak en voordeel genieten. Stel
11 eens menfchen voor, die in holen wonende,
met beestenvellen gedekt, wilds vruchten aten,
of uit de hier en daar van zelfs npgefchoten ko-
renaaren de granen onbereid verflondcn, en verge-
lijkt die met u in uwen tegeiiwoordigen toeihnd : en
wij, wij zónden ons in dezen flaat bevinden, in-
dien onze voorouders zich niet hadden toegelegc
op dc kennis der dingen, die hen omgave'n en
daar v.on hadden leeren partij trekken. Boven hoe
6 vee-