Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
< 55 )
^in maken, eii u hier in fmaak doen krijgen; all
gij in die jaren, waar in nwe rede zieh begint
te ontwikkelen, u zeiven daar op toe moet
leggen. Dekennis van mij zeiven, zegt gij, is de-
ze dan zoo moeilijk te verkrijgen ? — Ten uiterflen.
Wij zijn in geen ding meer vreemdelingen, als in
ons eigen hart. Immers wij verrichten iets; maar
zijn ons dan de redenen'duidelijk, waarom wij het
verrichten? Speelt onze eigenliefde ons niet diic-
wijls een trek en bedriegt ons, door ons oogmer-
ken toe te kennen, die wij geheel niet gehad heb-
ben. Bij voorbeeld, wij geven een aalmoes aan
«enen armen. Nu verheffen wij ons op onze goQde
<laad, en verbeelden ons regt menschlievend ge-
handelt te hebben; maar wanneer wij de zaak eens
op de keper befchouwen , is het niet menschlie-
vendheid; maar de verveling, die ons het lastig
fiauhoudon van den armen veroorzaakte. Wij keu*
ren in gezelfchap de daden van een ander, die
berisping verdienen, ten (IrengRcn af; wij waar-
fchuwen anderen voor hem ; en dringen ons op
dat het zucht tot rechtvaardigheid is, zucht om
anderen voor bedrog te behoeden, dre ons du»
deed handelen; en ondertusfchen heimelijke nijd,,
zucht om bij anderen voor beter door re gaan,
dan de man, wiens gedrag wij misprezenziet
daaf de drijfveder, waar -uit wij werkzaam waren»
Onderzoeken wij nu ons eigen hart niet; Jeereit
wij deze vuile bronnen niet kennen; dan kuilnen.
wij ons ook niet toeleggen, om dezelve te dem-^
pen en ons te verbeteren. Van zoo veel belang is
de zelfskennis ; doch dikwerf ook even zoo moeilijk»
Dit ons zoo vernederend , zoo aanhoudend onder-
zoek, is voor on? zaaijen ; en de oogst die wij 'er van
inzaisielcn, is reinheid van hart, een gerustgewe-
cen .