Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
te rng brengt. — Dan, wanneer de Landman nu
eens in den herfst niet gezaaid had , en hij zag in
de zomer gedurig uit, of zijne velden een goe-
den oogst beloofden : zoxïden wij zijne dwaze
verv/achting niet belagchen ? hem niet toevoegen:
„ mijn vriend! indien gij ter recliter tijd had wil-
len oogden ; dan ware het ook uwe zaak geweest
in den herfsttijd behoorlijk te zaaijen; want dc
akker levert gere andere vruchten , dan die men
te vooren gezaaid, en met zorgvuldigheid^ heeft
aangekweekt ? - Even zoo is het dan ook bij ;
den mensch met verfiand en hart gelegen. Wan-1
neer hij ter wereld komt, is hij gelijk aan eenen
jkker , die braak ligt, cn van welke men niets dr.n
eenige wilde kruid^Mi trekken kan, die tot niets '
init-ig zijn; indien dezelve niet behoorlijk bebouwd
en met goed koorn bezaaid wordt, het geen den.
eigenaar voordelige vruchten leveren kan. Naar
niate men meer zorgs aanwendt, om hem wel toé
te maken, en van distelen en onkruid te zuiveren
naar die zelfde mate brengt hij ook mej?r rijkelijk ;
graanen voort. De mensch ter wereld komende',
verfchilt van het . dïcr flechts in cene meerdere
vatbaarheid tot volmaking. In fchieÜjke ontwik-
keling van natuurlijken aanleg en ligchaam flrceft
zelfs het dier hem vooruit. Van die vatbaarheid
nn is het zijn plicht, rn de plicht van diegenen,
die voor zijne opvoeding zorgen moeten, reeds
vroeg gebruik te naken, cn zijn verfiand met allé
zulke kv.ndigheden toe te rusten, die voOr zijne
toekomdige bedcmming hem tot wezentlijk nut
verdrckken kunnen. Daar toe moet gebracht wor-
den de kennis van hem zelvcn, en van alles wat
hem omringt. Ja, jongeling! zoo wel zij die.voor
v. zorgen, moeten reeds vroeg hier mede een bc-
^In