Boekgegevens
Titel: Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Auteur: Martinet, J.F.
Uitgave: Amsterdam: Johannes Allart, 1807
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1026 F 71
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206141
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
5-8 vaderlandsche
▼al zij geftorven is! Dat is mijne misdaad! God
wreekt, daar hij niet fpreekt! Ilt zal nu gewillig tler-
ven! Help mij maar, om wel te fterven!,.
Dit deedt de Leeraar. De Jongeling ftierf; en
eenigen tijd daarna ontdekte men den waaren be-
drijver des moords, waarom de ander, daaraan on-
fcliuldig, op bevel der misleide Overheid, den
dood hadt moeten lijden.
DATIS OPZIJNELFêNDBRTIGSTE.
„ Wat raare fpreuk hoor ik, en wat zal ze toch
betekenen? Elfëndertig is er in de waereld niet:
daarvan heb ik nooit gehoord. Toen ik van mijne
Moeder leerde op mijne vingers rekenen, was elf,bij
dertig gevoegd, altijd éénenveertig,en zo is het
noé"—Hoor, ik zalUzeggen, van waar deeze
fpreuk komt, wat zij betekent. Indien Oudheid
ons eenige hoogachting inboezemt, dan moeten wij
den hoogften eerbied voor de Friezen gevoelen,
vermits zij bijna het eenige Volk in europa zijn,
dat, agttien eeuwen lang, zijnen Naam , zijne Vrij-
heid en een gedeelte van zijn Land behouden heeft.
Menig tegenwoordig Rijk van europa heeft geen
regt, om op één, veel min op deeze drie dingen
te roemen. In de agtfte Eeuw zonden de Friezen,
die te Schooien hadden, hunne Jongelingen
derwaards, waar toen de zetel van Kontten en
Wee.