Boekgegevens
Titel: Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Auteur: Martinet, J.F.
Uitgave: Amsterdam: Johannes Allart, 1807
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1026 F 71
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206141
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
s p r e ä k w o o r d e 8l,
Èaas worden. Dit maakt hen rot bekwaame knegts j
en daaraan moet men ^ onder anderen , toefchrijven,
dat de Engelfche Wollefabrieken en Staalwerken
zo uitneemend fraai zijn. Gij weet nu gcnoegj
wat ik « door dit alles leeren wil.
58-
aiETEENS ANDBRSPOOTEN DE KAR^
STANJES uit HET vuur HA ALEN,
In ons Land houdt men de Karflanjes voor eena.
lekkere vrugt, en dat te regt. Ik heb nooit een
kind gevonden , dat ze niet lustte* Maar bij ons*
groeien er niet veelen, om dat men te weinig
zulke Roomen zet: anders kan men ze zo goed-
en groot hebben , als er in Frankrijk wisfen ^ van-
waar eene menigte, jaarlijks, met den nieuwen
wijn overkomt. Wij bakken er geen brood van,.
gelijk men elders doet, om dat wij Tarw en Rog-
ge genoeg hebben. Maar wij braaden ze, het
geen een lekkerer fmaak daaraan geeft, dan het
tooken: evenwel men moet toezien, dat zulï^s
niet te hard gefchiede; om dat dit voedzel vrij
zwaar is voor jonge maagen, om welkereden gij
ze ook nooit in menigte , en vooral niet' s avonds
moet eeten. Nu ,dit is genoeg van de Karstanjes.r
Gij moet ook de fpreuk kennen. Men vertelt,
dat een Aap eens eenige Karstanjes in het vuur
wierp, om ze te braaden. (Aapen, weet gij,:
F ' zijrt