Boekgegevens
Titel: Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Auteur: Martinet, J.F.
Uitgave: Amsterdam: Johannes Allart, 1807
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1026 F 71
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206141
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
5-8 vaderlandsche
in alles wijs, en gij hebt dit te vooren zo niec
begreepen. Nu vertlaat gij dit; doch nu moet ge
ook de bovenHaande fpreuk kennen. Het isbvaad
Kersfen eeten met deGrooten: zijfmijten met de fleenen.
Alle Grooten zijn wel groot in naam, maar niet
altoos in verftand en in deugden. Men treft onbe-
fcheiden' en hoogmoedigen aan. Eer hunnen rang ;
maar gaa ook niet veel verder. Houdt van hen af
op een zekeren afßand: mijdt eene te grootege,
meenzaamheid. Zij zien zulke lieden, die geene
gelijke tijteis voeren, aan, als weezens van eene
laager foort, dan zij zijn. V Is kwaad met zodani-
gen Kersfen te eeten. Als gij dat doet, dan fmijte(i
zij met de fleenen. Zij zitten over de geringen heen
( dit zegt de fpreuk ) en oordeelen zulken te mogen
behandelen, zo als het hun lust. Ora dat niet te
ondergaan, moet gij geene Kersfen met hen eeten:
want dan zijt gij (trij van de fteenen. Onze voor-
ouders plagten dit ook dus uit te drukken: men
moet alles lijden wat die groote Hansfen lust, en nog
toelachen.
56.
äien kan geen paard, al loopende , beslaan.
Gij begrijpt, denk ik, zeer wel, waarom Paar-
den geen teere zool, geen dun vleesch onder hun-
ne pooten hebben. Zo de Schepper dit aan hun
gegeven hadt, hoe ras zou de huid, gedrukt
w«r-