Boekgegevens
Titel: Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Auteur: Martinet, J.F.
Uitgave: Amsterdam: Johannes Allart, 1807
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1026 F 71
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206141
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
s p r e e k w o o 2 d e n. 7.7
55'
het is kwaad kerssen eeten met de groo-
ten : zij smijten met de steenen.
Wie lust geene Kersfen, die zo fmaakelijke en
verfrisfchende vrucht, wanneer de lucht heet,en
de Mensch dorftig is I Hierom gaf de goede en
wijze Schepper ons dezelve in den zomer; en niec
in den wintêr. Een dun vliesje bedekt het fappi-
ge , en binnen het fappige zit de Heen. Misfchieii
zoudt gij gaarne kersfen zonder fteenen willen
hebben; maar vaa waar zouden wij dan nieuwe
Kersfeboomen krijgen? De harde fteen bevat het
pitje of zaadje, waaruit, werpt men dat in de Aarde,
het jonge boomken groeijen moer. Maarhetpitje
is bijster teér, en moet,zal het vrugtbaar blijven,
een tijd lang wél bewaard worden. En hoe zou
dat best gefchieden ? De wijze Schepper floot het-
zelve in eenen harden Heen. Hoe veilig zit het
nu daarin, hoe wèl behoed tegen veele kleine
Diertjes, die er gaarne op te gast zouden gaan I
Maar kan het bot, wanneer de tijd vau uitfpruiten
daar is, den harden (leen wel doorbooren ? Neen ,
dat is onmooglijk; dan god heeft den Heen zo
gevormd, dat hij juist uit twee holle , op elkander
net fluitende deelen beflaat, die, door de vogtig-
heid des gronds, van eikanderen los gaan , wan-
neer het pitje of zaadje befjint uit te fpruiten. Is
dat niet fraai en wel gefchikt; ja, maar god is
in