Boekgegevens
Titel: Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Auteur: Martinet, J.F.
Uitgave: Amsterdam: Johannes Allart, 1807
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1026 F 71
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206141
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
ipreekwoorden.
als een ander, die ons betaalen moet, niet betaalt,
om dnt hij niet betaalen kan) krijg. Als wij ci:ze
We%tindifcheCo\oväe.x\ (^Suriname ,Euflatius en Cu-
racao ) door den vijand kwijt raaken ; dan gaat mijn
voornaam beftaan , het geen, gelijk Gij weet ,is,
goederen over Zee naar elders te verzenden , te
gronde. En wat zal men doen ? evenwel moed ge-
houden, en niet vooruit geloopen. Ik vertrouw
mijne belangen in de handen van den almagtigen en
goedertieren god, die mij, dertig']i»rm ,voor bedrog
en fchaade in den Koophandel behoed heeft, en
dus meer dan éénen zegen gegeven. Ik blijf
gemoedigd en bedaard, en, ora de klagten onder
het gemeene Volk niet te helpen vermeerderen ,
houde ik al mijn Volk in dienst, met volle betaaling
van weekloon. Hebben mijne arbeidende knegts
mij in voorlpoed geholpen , ik mag hen in tegen-
fpoed niet verlaaten, of doen treuren. Hebben zij
bij mij nu niets te doen, zitten zij in mijne pakhui-
zen ledig , ik geef hun egter bezigheid: ik laat hun
de Historie van ons Vaderland leezen, waartoe
nooit te vooren tijd is geweest, noch gelegenheid.
Zij kunnen daaruit zien, hoe wonderlijk god ons
meenigmaal in de zwaarfle oorlogen en grootfte
nooden gered heeft; en nu leeren moed te hou-
den," -Wat dunkt u, mijn kind! van deezen
Koopman? Toen wiesch hem het Geld ook niet
op den rug; maar de Man wist evenwel nut te
doen, zijn Volk te onderlleunen e:i tevens te
leeren. O welk een braafheid! En god heeft
hem geholpen ! Hij en zijn Volk winsen nu weer
goid, gelijk te vooren. 48,