Boekgegevens
Titel: Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Auteur: Martinet, J.F.
Uitgave: Amsterdam: Johannes Allart, 1807
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1026 F 71
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206141
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
34- tanerlamdsche
de bovengemelde fpreuk haaren oorfprong. Men
betekent daar door, dat, als Menfchen befluiten
kunnen tot ééne zonde overtegaan, zij dan daarna
gemakkelijk tot ?eele anderen vervallen. Hoe
droevig is het, dat men dit zo veel door de on-
dervinding ziet bevestigd worden ! Hoedt u dan
voor de eerde groove misdaad, en gij zult vrij.
veilig tegen veele volgenden weezen.
24.
hij mag wel een potje ereeken,
De jongde Kinders liggen de Moeders ineest aan
het hart. Wanneer gij dat ziet, moet gij 't nooit
kwalijk neemen van uwe Moeder. De jongden
lebben immers de meeste zorg noodig, en komen
altoos agteraan, daar gij, reeds zo veel langer ge-
leefd hebbende, zo veel vooruit hebt in zorgen,
3n kosten voor klederen en in het leeren. Dank
«od, als 'er geeu ander onderfcheid in uw Huis
gemaakt wordt. — Als Ouders het een of ander
Kind meer lief hebben , altijd voortrekken , in on-
derlinge twisten gelijk peeven, de fraaide klede-
ren fchenken , en vooral, wanneer 'er iets misdaan
wordt door allen, één Kind niet zuur aanzien,
terwijl zij de andere draffen, -dan zegt men van
het zelve: hij mag wel een potje breeken. Du zeg-
gen is waarlchijBlijk voortgekomen van een Kind ,
dat, fpeelende met theekopjes of potjes, en die
breekende, niet beftiaft werdt van zijne Ouders,
daar