Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 82 —
Het volk, wiens vrijheid gy verwlerft,
Moest weenen by uw lauwerbladeren!
Het bloed dat gy voor ons vergooi.
Moest elk Bataaf op 't harte gloeien:
Gy kocht ons vrijheid voor uw dood ;
En wy, wy fneefden niet, maar torschten flavenboeien I
Bataven, mei den ftalen band
Der dwinglandy om hals en lenden,
Vervreemdden in hun vaderland,
En wenschten zich aan 's aardrijks enden.
ó Hoe benijdden ze in hun fmart
Den veldüaaf aan Janeiroos boorden,
Wien nooit dat kleinood voor ons harl,
Wien nooit*, of menschlijk recht, of vrijheid toebehoorden!
Geen moeder dorst meer *t ftaamlend wicht
Het praalgelticht der dappren toonen:
H Van fchaamte blozend aangezicht
Verbleekte by hun lauwerkronen.
Zy vlood met bangen harteklop
Van de eens met lust bezochte graven:
ó Helden, riep zy, zie niet op!
Jlet volk door u verlost, zijn platgetreden Haven.
Mijn zoontjen , riep de moedlooze uit,
Waartoe uw borst voor de eer te ontgloren I
Het bukken is uw lot, mijn fpruit.
Ten prooi der dwinglandy geboren.
Geteeld uit Hollands edelst bloed,
Moogt ge op geen Vaderland meer roemen ,
Maar met een ziel die blaakt van moed,
IJ fchamen voor heel de aard, u naar Zijn naam te noemen.
U fchamen? — Op! wie de eer bemint!
Wie 't bloed waardeert, voor ons vergoten!
Op! Ega, Moeder, Grijzaart, Kind!
Met moed op 't ondier toegefchoten :
Wy leden al wat lijden heet
En bogen onder 't ftaal als lammeren ;
Maar de eer verheft een luider kreet
Dan al de faamgetaste en lang verkropte jammeren.
Welaan! wy zijn ons zeiven weêr!
God wenkt! Hy redt w ie zucht om redding.
Zijn hand verUroot het trotfche helr,
Jaagt vloed en flroomen uil hun bedding!
Tot fpiegelvlakte wordt het pad!