Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 81
Maar uw* droever lotgenoolen.
Even dierbaar aan mijn harl,
Is dat perk voorbygevloten
Dat geen naween kent van fmart.
Zy gevoelen wat zy derven.
Zagen hun verzorger fterven,
Zien het, wat hun Moeder prangt;
En het lachjen is gedwongen
Dat hunn' lippen wordt ontwrongen
Als mijn oog aan 't hunne hangt.
'kZie 't gebrek in 't hunne Ipiegelen ,
Want de nood, al maakt hy Aom ,
Laat zich niet in Üuimer w egelen
Hoe hy zich in 't dwangjuk kromm'.
Ach, wat Moeder zou 'lontglippen.
Dat haar telgjens rozenlippen
Kommers vale verf ontkleurt!
Wat, wat moeder zou het dragen,
Dat hunne oogen vruchtloos vragen ,
Zonder dat het hart haar fcheurt!
Rust dan, rust, bevoorrecht knaapjen;
Sluimer nog een uurtjen voort:
Want weldadig is het üaapjen.
Dat de kreet der ramp niet uoort.
En Gy, machtige Ongeziene!
Zegen wat ik zuur verdie e.
En het weinig wordt my veel.
Mag ik d'onfpoed niet belezen,
GY zijt Vader van miji weezen,
En ik vraag geen beter deel.
Nederlands Eer Hersteld.
Zoo durft ons oog dan als weleer
Op 'tgraf van Neêrlands helden ftaren!
Zoo bloost ons dan de kaak niet meer
By 'tdenkbeeld, wat wy eenmaal waren!
Zoo mogen ^yy met vaste treên.
En zonder angftig kniênknikken,
Weêr naadren lot den grafzerkfteen,
Wiens luifter 't ons nog korts een ftraf was aan le blikken!
Gy, die voor onze glorie ftierft,
Ja, 'iwierd een Araf, uw asch te naderen.
k. w. bilderdyk. — 1. 6
1