Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 80 —
Dat my lot den arbeid wekt:
Moederplicht en vaderpllchlen
Moet ik te gelijk verrichien,
Sinls het gi'af mijn Weèrhelft dekt.
Moedig dan mijn taak begonnen
Met het eerl'le morgenrood!
Moedig, vlijtig, voortgefponnen!
Want mijn kleinen vordren brood.
Lieve zuigling, rek uw ilaapjenl
Als gy waakt, onrustig knaapjen ,
Voert geen voet het fpinwiel rond. .
Laat my 't kriek(^ van den morgen:
Wie voor 't daagUjksch brood moet zorgen,
Voert hy goudfchat in den mond.
Zoete fluimraar, laat my fpinnen:
Hou uw oogjens nog wat dicht,
'k Heb voor meer het brood te winnen,
Dan voor u, mijn troelelwicht I
Uw behoefte is ras verzadigd;
En, van de Almacht beweldadigd,
Geeft mijn fober maal u veel —
Maar uw broérljcns en uw zusjens
Vragen by hun morgenkusjens
Ook -weldra hun fchamel deel.
Zal ik hen met lachjens paaien,
Als ik u te paaien weet,
Die in 'tluchtig ommezwaaien.
Honger Ibms en dorst vergeet'?
Kan ik hen in Üuimer zingen.
En tot noodvergelen dwingen,
Als ik u, mijn wichljen, doe?
Hoe m^ ook hun kommer griefde,
Ach, dit voorrecht van Gods liefde
Koomt alleen den zuigling toe.
Weelde of voorlpoed fchept geen hemel
(Wat zij ooit den ftervling bied'}.
Zoo als gy by 't wieg.;ewemel
Op uw ruwe peul geniet I
Luillrend naar mijn doffe zangen,
Plooit de lach uw donzen wangen.
Onder 't wieggordijn vcrfpilt:
Lieflijk ftreelt mijn ftem uw ooren,
Want gy voelt, gy kunt niet hooren,
Hoe die ftem van weemoed trilt.