Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
— 79 —
Ach, mocht mijn dood u , hulploos kind,
Dien vader wedergeven!
«Hoor, moeder, hoor hoe blij zij zijn!
Hoor (riep hy), hoe zy zingen!»
Terwijl zy zich by ieder woord
Een dolk in 't liarl voelt wringen.
Onnoozle! zegt zy, dal gy twist,
Hoe veel gy hebt verloren;
Die maatzang waar uw hart op Tpringl,
Waar donder in uw ooren!
O Zie my niet zoo vrolijk aan,
Zoo lachend niet, mijn wichljen,
't Waar beter, u een tranenvloed
Te kusfen van 'tgezichtjen.
't Waar beter, dat uw hart het wist,
Hoe veel wy beiden derven:
Dan waar uw noodlot minder wreed,
En lichter waar my 't flerven.
Wie zal op *s levens glibberweg
Uw teedre jeugd bewaken,
Ach moest u Neêrlands reddingsdag
Zoo vroeg een weesjen maken!
Een weesjen, riep hy met een lach.
Gaat vast wel lichljens kijken.
IWt was te veel voor *lmoederhart.
Zoo na reeds aan 't bezwijken.
Nu fchoot een nevel voor haar oog
Nog zoekt haar oog dat zoontjen ,
En fluit zich met den jongften kus.
Op 't nu verbleekend koontjeii.
De Weduw-
6 Wat weldaad ligt in 't leven!
ó Wat valt my de arbeid zoet,
Die my 'l fchrale brood moet geven
Dat mijn lieve telgjens voedt!
Vrolijk zie ik aan de kimmen
't Eerfte morgenAraalije glimmen