Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 78 —
Zoo moog my 'tfcheurend hartewee
Een pad len hemel banen I
Verlaat Gy H weeke harte niet,
Dat fiddert te gevoelen !
Maar laat, wat ooit my ireffen moog,
Dat harte niet verkoelen I
Zoo immer voor verdlenlte en deugd
Mijn boezem werd bewogen.
Wat zoude ik , dan mijn Gades hart,
Op aarde wenfchen mogen ?
Wie trachte in 't fchuwbaar zinvermaak
De wellust na le jagen,
Mijn wellust is, mijns Egaas beeld
In 't minnend hart te dragen I
I
18-09.
15
De Weduw by het Overwinningsfeest.
«Ach moeder, waarom weent ge toch.
En Üuit het huis zoo dichtjens ?
O Zie eens door den venlterreet,
De huizen zijn vol lichtjens!
«ö Moeder, ween niet, ween zoo niet:
De ftad is vol van vreugde !
Nooit zag ik u zoo droevig zijn
Wanneer ik my verheugde!»
Onnoosle! riep de moeder uit.
Verdikkende in het weenen,
ó Luifter naar die vreugde niet
Die 'thart my doet verfteenen.
Wist, wist gy, tot hoe duur een prijs
Die vreugdelampjens branden,
Gy dookt uw hoofdljen fnikkend weg,
Of Iloegt het op de wanden.
Die vreugde kost u 't dierbaarst bloed;
Zy kost uws vaders leven!