Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 72 —
Het goede alleen is zorgen waard,
Dit doet den mensch tot Engel rijpen.
Het Hoogduitsch van kozegarten,
van verre gevolgd.
De verloren Zoon.
Langfaam was de zon aan 't zinken
In der baren zilvren fchoot;
Helder flond de maan te blinken
Boven 't gloeiend avondrood.
In de dichte loovrenzalen
Klonk geen enkel toonljen meer ;
En de herders, moe van 't dwalen ,
Vleiden zich ten Üuimer neer.
't Weeldrig fchaapjen, moê gefparteld,
Lag gedompeld in de rust:
't Windtjen had zich mat gedarteld ,
En zijn adem fcheen gefust.
H Vogelljen , in flaap gezegen,
Repte borst noch vlerkenfchachl;
En de milde daauwdropregen
Tooide de aard met i3aarlenpracht.
't Vinkjen had zijn wijk hervonden
In het distlig firuikgewas,
't Vischjen , zijn geliefde gronden
In den fiillen waterplas.
Alles lag in rust gezonken;
Maar de treurende Elam niet.
Die van weelde en wellust dronken,
*t Ouderlijke dak verliet.
Hy, die voor eens vaders tranen
Zich gevoelloos had getoond ;
En het ouderlijk vermanen
Met verachting had beloond; —
Hy, die plicht en deugd verzaakte,
Sidderde in dit eenzaam uur.
Daar de wroegingftem ontwaakte
By den Üuimer der Natuur.