Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 70 —
Naar 'ibtocmljen dat, zoo korts geleên
De luifier was der lustpricelcn:
ilciaas! die lentebloem verdween,
Om nooit zijn oogen meer te flreelen.
« Waar Is die bloem, zoo zoet van geur,
«Wier bloei de lust was aller oogen?»
Ach, wandlaar, zoek haar niet; maar treurl
Haar geur, haar bloefem, zijn vervlogen.
Een onweer knakle 'trteelljen af;
De lijd vernielde vorm en kleuren: —
Haar blaadrennerlel ftorlle in 'l graf: —
Hel Noord verwoei haar balfemgeuren. —
Gtj bloemtjen, bloei, verdor, verga.
Zoo ras uw windfels zijn ontloken!
Het noodlot in zijn ongen&
Heeft dit uw vonnis uitgcfproken. —
Minona! zoudt gy treurig zijn,
Om dal gy dus uw fchoon moet derven ?
Wat weent ge, onnoozel maagdelijn;
Het liofiijk deel alleen kan lierven.
Lnat lelie, roos , en anemoon,
Verllenfen in de najaarsvlagen;
Daar is, geliefde, een eeuwig fchoon,
Het geen geen tijd vermag le knagen.
Gewis, daar groent een eeuwige jeugd,
Die veil is voor het plichtbetrachten.
Zy is de vrucht van reine deugd;
De vrucht van welbeitede krachten.
Het onbevlekt gemoed-alleen
Stort ware fchoonheid in ons wezen,
Al fnellen jeugd en gaven heen;
Dit fchoon heeft geen verval te vreezen.
Laat vrij der rozen inkarnaat
Verfletfen op heur broze Itengelen;
Die fchoonheid, die uit deugd ontftaat,
Blijft fteeds de lust van God en Engelen.
Verfiert haar zoete lach uw mond,
£n blinkt haar luiller in uw trekken,
Dan zal uw uiterfte avondllond
Noch aller hulde en eerbied wekken.