Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— G9 —
Zacht, als het ftille licht der mann ,
Dat fpeelt op 't ipiegelvlak der vloeden,
Zal dan uw leven onderdaan,
By vreugdgenot of tegenfpoeden!
Ja vloele 't zacht, als de ademtocht
Die glijdt langs zilvren cytherkoorden !
Of als des beekjens helder vocht
Dat kabbelt langs bebloemde boorden !
Lief meisjen , hemelsch opgefierd
In 't fchittrend ftraalgewaad van fchoonheid ;
Op wier gelaat de lelie tiert,
De rchooni'tc roos heur blos ten toon fpreidl!
Bekoorlijk rijpt gy, lieve maagd,
Als versch ontloken voorjaarbloelcm;
Het fchuim ten golven opgejaagd,
Befchaamt het fneeuwwit van uw boezem.
Uw lokken, bllnkender dan 't goud
Dat om Auroraas llajien vonkelt,
Waar 't zonliclit zelfs geen proef by houdt,
Zijn Iierlijk om uw hals gekroniield.
Als 't W^estenwindljen vlug en licht,
Zweeft ge in uw luifter voor ons henen.
Met englenglans op 't aangezicht;
En 't oog van hemelvlam omfchenen.
Uw ftem Is cythermelody.. .1
Dan, wie zal al uw gaven tellen?
En ach, hoe ras gaan zij voorby 1
Als H vluchtig fchulni der waterbellen.
Der lelie blankheid houdt geen duur,
Het rozenblosjen zal verdwijnen: —
En 'toog, ontgloeid van hemelvuur.
Raakt, eer gy Hweet, allengs aan 'tkwijnen.
Het goudflof waait de lokken uit,
Die de ingezonken flaap omblinken;
En 't harpmuziek van 't spraakgeluid
Houdt op in zilvren toon te klinken.
De wandlaar ziet de velden rond
En zoekt langs heuvelgroen en dalen ,
Naar 't bloemtjen dat zoo tierig ftond
In 'sVoorjaars milde zonneftralen.