Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 57 —
Eens Krygsmans Afscheid. (IN MDCCCXTI.)
De ftrijd hield op, de jammerkreet
Verkeerde in vredepfalraei»;
GY, die den vijand ftorten deedt.
Hoor onzen Lofzang galmen l
ö God I Verkwijnende in den band,
In diepe eilend verzonken.
Hebt Gy ons Vorst, en Vaderland,
En voorfpoed, weêrgefchonken.
Uw machtige arm heeft my behoed
By ftorm en krijgsailarmen;
Ik bleef by 't om my plasfchend bloed
Bewaard door Uw erbarmen,
'k Zag duizend dappren aan mijn zij'
Van 's vijands lood doorregen ,
En , God I Uw goedheid fpaarde ray :
Heb dank voor Uwen zegen!
Gy fchonkt my weêr aan gade en kroost;
My weêr aan vriend en magen:
Dus ben ik alles thands getroost.
Wat Gy my geeft te dragen. r
Hy die 'tgeweld belemt van 'tmeir.
Den ftormwind le^t in banden,
Ziet fteeds op zijn getrouwen neêr.
Tot 's warelds verr'ite ftranden.
God blijft mijn Vader, ik, zijn kind.
Aan de overzij' der vloeden.
Daar kan Hy my 't gemis van vrind
En vaderland vergoeden;
Doch, mocht Hy op een vreemde kust
aiijn ziel ter rust ontbieden.
Dan roep ik, op Zijn trouw gerust:
«God, laat üw wil gefchieden !»
ó Dierbare, ö geboortegrond,
Waaraan mijn hart blijft kleven; —
Waar 'tkusjen van den moedermond
My welkom heette in 'tleven!
Waar 'k eerst met kinderlijken voet
Gods tempel mocht betreden,
En federt met oprecht gemoed
Mijn Heiland heb beleden !