Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 54 —
Want de wacht des Hemels waakt i
Moge u de aard dan zijn len Eden,
Zij het ftorm of zonnefchijn!
En het krooost, Hem afgebeden,
Rozen zonder doornen zijn!
Den Vi van Loumaand 1820.
Melittaas Grafschrift.
Hier Irgt een vroeggeknakle bloem,
Des dorplings lust, der maagden roem,
Op U mulle graf bed neder.
Geen lelie had ooit fcliooner zwier,
Niet üanker is de populier,
Niet rijziger de ceder.
Geen frisfcher blos had ooit de roos;
Geen blanker gloed de tijdeloos;
't Viooltjen nooit de zachtheid
Die uit haar blaauwende oogen fcheen.
Gy, die dees graffteê nadert, ween.
Dat over zoo veel minlijkheên
De üuier van de nacht leit.
Weldadigheid. (Aan een Vriend.)
Het Oost, op zijn trezoren prat.
Bevrachte 't gouden wierookvat
Met d' eélften geur van zijn warantlen l
Omwalm' 't het elpen Rijksgeitoeir,
Waarom een ftoet van vleiers woelt
In Eigenbaats verftaalde banden!
Wat beurt dit op van H drukkend wicht
Dat op gekroonde fchedels ligt?
Wal is hel meer dan zinbegoochling
Die hart en boezem ledig laat,
Waarin der Onrust wachttrom flaat
By zorgenlast en zelfverloochning ?
Neen, *t hart dat naar vervulling zucht,
Wordt niet gepaaid met ijdle lucht;
Steeds blijft het naar genieting fmachten.