Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 48 —
Die eerbied fchijnt haar fpol: zy eischt te zijn gewroken!
Vernederd door de kracht van 'sjonglings Geren blik:
««Beproeve ik (roept by uil) of niets uw moed verwrikk'.
«tMijn vrienden! ftaat my by! en flraft den Maagdenroover'.»» »
Naauw klonk zijn holle flem den fiillen heuvel over,
Of 'l dicht bewasfen loof fcheurt krakend van elkaar.
Gelijk een onweêrwolk, van duizend blikfems zwaar.
Een woefle hoop fchiet toe met uitgetogen klingen.
En zoekt Arnyn op 'l woord , maar zonder vrucht, te omringen.
HStaal blikfemt in zijn vuist en biedt hun tegenweer.
Hy Aort in eenen wenk de halve bende neêr.
De woedende Eginald, wiens dolheid niets kan toornen.
Beeft dat de wakkre Held den moordren mocht onlkomcD:
Hy mengt ziek in 't gevecht, ilaat toe van alle zij',
En valt dien dappren aan met dubble razerny!
Arnyn , alleen bedacht om eigen borst te dekken,
Beeft dat hy 't heldenzwaard met *s grijzaarts bloed mocht vlokken.
Dan, 't ftaïen noodlot wenkt. Vergeefsch is 't, hem te ontzien,
Voor wien hy aan de dood zijn eigen borst zou biên!
Zijn arm zal nog den laatfte in 't zandbed neêr doen ploffen,
En (Hemel!) Eginald valt van zijn zwaard getroff'en.
Onzalig oorlogsheld!'" meer fpreekt zün mond niet uit,
En vreeslijk hikt zijn keel met reutlend fterfgeluid!
I 1 Arnyn herkend de ftem die Eginald ontdekte:
«Zijl gy *t, ö grijze held, wien ik ter aarde flrekte!
«Gv, 't bloed van Analiede! — Ach (roept hy) 't is te waar!
«vloek, Analied! vervloek uws vaders moordenaar!
«Verzink, gy gruwzaam flaal! met dierbaar bloed bedropen; —
«Hoe kunt ^ my 't bezit van Analiede koopen!
«Mijn roem is uitgedoofd, gy werdt my thands tol ftraf!»
Hy fpreekt: en werpt den kling met affchrik van zich a/.
Nu blijft hy roerloos flaan, maar hoort een voetflap naderen.
Wat doet hy ? zal hy vllên, en ducht hy no^ verraderen?
Neen, 't is de zachte tred der mlnlyke Analied.
Zy is het, ja, zy-zelv. die door de paden fchiet!
Haar zuivre boezem hijgt van 't tederst zielsverlangen,
En zal ze op 's vaders lijk zijn welkomgroet ontfangen ?
Afgrijslijk denkbeeld! neen: hy vliedt dien gruwbren plek,
En bergt zich in de fchaauw van 't donkre loofverdek.
" Gelijk der bloemen kelk zich voor den daauwdrop opent.
Ontduit zich 't minnend hart, op 'l blijde weêrzien hopencl!
Zoo lieflijk als de zon het aardrijk tegenlacht,
Zoo Areelend is de vreugd waarop de fchoone wacht!
Zoo fpringt het argloos lam en huppelt door de weiden
Waar langs 't een wreede hand ter flachting heen durft leiden.