Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 47 —
Ziet hy 't verrasicnd flaal door Eginald ontbloten!
««Hier, Roover (gilt hy uit,) hou ftand, of zink ter aard I
««Zijt gy mijne Analied, zijt gy mijne afkomst waard?
««Zeg, met wat helfche kunst hebt gy mijn telg betooverd ?
««Toon , toon my 't vorftenrijk, door uwen arm veroverd I
««Verblindde een diadeem haar licht begoocheld oog,
««Of was 't uw heldenroem die haar de ziel bewoog?»» —
«Mijn borst gloeit, Eginald, wat zoude ik 'tu verbergen,
«iDus andwoofdt de oorlogsman): zy voelt dit Tchamper tergen;
«Maar 'k drage u eerbied toe, en moet een drift ontzien
«Die 't vorsllijk bloed verheft, en die ik deel, misfchien.
«Smoor echter, fmoor den vlijm van uw zoo fcherpe rede.
«Nooit trok ik tegen u het Ilagzwaard uit de fchede;
«Maar moet hy roemloos zijn die u niet heeft verneêrd?
«'kBen waard dat gy my kent, dat gy mijne afkomst leert.
«Ik voer geen legermacht van ftrijdbare oorlogsknapen,
«Maar noeme er duizenden, die zwichtten voor dit wapen.
« Gy kent de krijgslof niet, die ik in 't flagveld won?
• Ze is zuiver als de glans van de onbevlekte zon.
«Ik koom als Roover niet, u in uw dochter honen.
«Dat hart onteert zich nooit, dat zich haar waard wil toonen.
«Geloof niet, Eginald, dat ik uw fmaad verdien;
"Niets wenschte of hoopte ik meer, dan Analied te zien.» —
«aGy ziet haar nimmer weêr! Ik heb uw dood gezworen.
(Dit dondert 'sgrijzaarts ftem den wakkren Held in de ooren.)
««Verweer u, 't geldt uw bloed of't plengen van het mijn.»»
«Wat zegt ge, 6 Eginald! ik zoude uw moorder zijn!
«Neen, hoe me uw hoon ook treffe, ik zal uw grijsheid fparen.
« Het bloed van Eginald vloeit Analied door de aüren !
• Neen, hoe mijn boezem kook, verga wie u bevecht'!
«Ik fchat den prijs te hoog dien ze aan uw leven hecht'.»
Verwoed zwaait Eginald den fabel in den hoogen.
Het vlammend vuur der wraak barst vonklend uit zijne oogen :
rel, als het golfgebons van d'opgeruiden vloed.
Zoo floeg hem de ijzren borst, hoe langs hoe meer verwoed.
De brave Arnyn houdt ftand, en, zonder iets te vreezen! —
Misleide! ach wist ge in 'thart van Eginald te lezen!
Dan ach, gy argwaant niets: nooit heeft uw ziel beleft
Dat ooit des krijgsmans zwaard ook weereloozen treft.
Uw moed is trotsch en fier, maar zacht uw hart, en edel;
Het ftort u eerbied in voor 's grijzaarts zilvren fchedel.
Uw borst verfmoort de fpijt daar 't moedig hart van zwelt,
En pal ftaat ge, als een eik voor 'tdondrend ftormgewekl.
Die koelheid tergt de ziel eens vaders, zoo ontftoken I