Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 44 —
Nooit ander heil fmeekte U mijn ziel,
Dan 't geen me in de Echt te beurte viel;
En zy vereenigde al mijn wenfchen.
Geen denkbeeld had Ik van genot,
Geen denkbeeld van een hooger lot,
Dan wat me Uw goedheid heeft gefchonken.
Ik vond op 'lijdel wareldrond
Een hart dat mijn gevoel verflond —
Dat reine liefde mocht ontvonken.
Wat zoude ik klagen, dierbre Gä?
DU immers Is, wal Gods genä
/ Zijn' hoogflen gun Heling kon ge\en.
^ 6 Zalig, zalig duizendmaal.
Die met den lederften gemaal
De fmart en vreugde deelt van 't leven!
Ik mor niet, mijn Geliefde! neen:
'tis God bekend, en God-alleen,
Wat leed wy met elkander droegen.
Maar (Hy getuig', die alles kent!)
Met u vereend , draag ik de eilend
In 'tnijpendst lijden, met genoegen.
Dan, weinig zegt het, wat my IrefT;
Geduld verzacht het fmarlbefef:
Maar ach, ons kroost te hooren klagen !
Hier faalt de moed aan 'l zwakke hart!
God! leer' my die ontzetbre fmait
Ook zonder wederltreven dragen.
Dit, ja, mijn Ga, 'k ontveins het niet,
Is overmaat van zielsverdriet!
Wat moeder droeg dit ooit gelaten ?
Alle andere fmart vindt ergens troost;
Maar 't geen wy lijden In ons kroost, —
Daar mag noch moed noch kracht voor baten!
God echter leeft, mijn Echtgenoot!
Zijn liefde en wijsheid, even groot,
Beftemmen 't peil van onze jammeren!
De trouwe Herder die ons hoedt,
Zal, eer de nood bezwijken doet.
Ter redding fpoeden van zijn lammeren!
Mijn Gade, in ieder harteklop
Beurt my op nieuw uw teerheid op.