Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 43 —
Uw zacht gekletter op de fpruUjens
Is zoet als harpmuzijk:
In uw verkwlkbre plasgeluidtjens
Klinkt *s hemels liefdeblijk ;
Ja, als gy flikkert op de kruidtjens
En *l groen verzilvert van de fpruitjens,
Geen paarlenmeir zoo rijk !
Gy, Vader, bron van allen zegen.
Die eiken drup die daalt,
In morgendaauw of mailchen regen.
Zijn kracht en plaats bepaalt;
Wy roept die milde Lenteregen ,
My roept hy dubbel troostrijk tegen ,
Dat nooit Uw liefde faalt.
Ach! zoo geen druppel de aard mag drenken,
Dan , naar Uw wil 't gebiedt;
Dan moet de traan Uw goedheid krenken.
Die ik zoo vaak vergiet,
ö Laat my (leeds Uw trouw herdenken;
'k Weet aller lot hangt aan Uw wenken;
Gy zult ons op zijn tijd den lievling wederfchenken
Die op de golven dwaalt, maar uit uwe oogen niet.
Uw wil, mijn God, Uw wil gefchied'I
4818.
Aan mijnen Egade, in andwoord op een Verjaarvers.
Ja, zalig is my H rampvol uur
Waarop my 's Hemels Albefluur
Het broze leven In deed treden:
Ja , Dierbare, ondanks al die fmart
Waarmee zijn draad doorvlochten werd ,
Gevoel ik ook zijn zaligheden.
Mijn Ega, zoo dit hooggetij*.
Zoo 't u een trooftende uchtend zij,
Die thands ter kim is opgerezen,
Zoo ze u een zweem verfchaft van troost.
Uw leed één oogenbltk verpoost,
Dan moet ze my gezegend wezen!
Ach, wat ik ooit den Hemel bad,
V an dat Ik 't eerst bewustzijn had ;
(Gy weet het, Vader aller menfchen!)