Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 42 —
Kallijdt Gy wicn Gy lief heb*, Vader;
6 Dan beklaag zich nooit mijn ziel!
Dan brengt ook deze flag me Ü nader
Die 'tpleltrendst op my nederviel.
ó Zij de vrucht van dees bedroeving
My los te rukken van dit ftof.
En blijke 't my in die beproeving.
Dat my uw band uit liefde trof I
De weg zij lang, en ruw, en duifler;
Bedroefde, treed bemoedigd voort:
Eens, eens ontworfleld aan den kluifter,
Wordt ons het eeuwig licht ontgloord.
Moet kommer 't pad ten hemel banen,
ó Drage ik alles met geduld.
Gelukkig gy, die zaait met tranen .
En eens daar boven oogften zult!
Lenteregen.
Wees welkom , zoele Lenteregen !
Geen druppel van uw kostbaar nat,
Die niet, bezwangerd van Gods zegen,
Meer dan 'tgelouterdst goud bevat!
Wees welkom, zoele Lenteregen,
Uit 's hemels volheid afgeflegen,
Meer kostlijk dan Golkondaas fchat!
Zijt welkom , zachle hemeldroppen ,
Die, vruchtbaar neergedaald,
Op de esmerauden bloemhofknoppen
Met paarlemoeren glanfen praalt;
En 'thart met ruimer flag doet kloppen,
Dat in die balfemvolle droppen
Gods liefde tegenftraalt!
Nog gistren flond het woud ontbladerd i
Het veld, van dosch ontbloot:
Gy valt, en eer de morgen nadert,
Ontlluil Natuur haar fchoot;
En 'tplanljen, van uw vocht dooraderd,
Als door een wonderwerk herbladerd,
Herrijst van uit den dood.